Infectieuze Bronchitis (IB)

Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Infectieuze Bronchitis (IB)

4155
Robert Jan Molenaar is pluimveedierenarts, patholoog en deskundige op het gebied van Infectieuze Bronchitis (IB). Hij houdt u op de hoogte van de meest recente ontwikkelingen.

Heeft u vragen?

Neem contact op 

Infectieuze bronchitis (IB) is een besmettelijke aandoening van de voorste luchtwegen. De ziekte wordt veroorzaakt door een virus, het infectieuze bronchitis virus (IBV). Naast ademhalingsverschijnselen kan het virus ook zorgen voor productiedalingen, afwijkende eieren en nierschade. De verschijnselen en ernst van de ziekte zijn afhankelijk van de virusstam, de leeftijd waarop de kip eraan bloot gesteld wordt en vele andere factoren zoals dieet, andere eventuele ziekten en omgevingsfactoren zoals ventilatie. IB infecties komen veelvuldig voor, ondanks uitgebreide vaccinaties.

Verschijnselen

Bij jonge dieren, met name bij vleeskuikens, treden de ademhalingsverschijnselen op de voorgrond. Dit is te zien als natte ogen, ademhalingsgeluiden zoals schreeuwen of piepen en benauwdheid. Vaak stagneert de voeropname. Wanneer het virus tot nierschade leidt (foto 1) is (extreem) natte mest een duidelijk verschijnsel en kan sterfte optreden. Niet alle IBV-stammen kunnen dergelijke nierschade veroorzaken. Van de stammen die in Nederland voorkomen is vooral D388 hier goed toe in staat bij infectie van jonge onbeschermde dieren.

Sommige IBV-stammen beschadigen de aanleg van de eileider als ze onbeschermde hennen in de eerste levensweken infecteren (foto 2). Hoewel de hennen tijdens de infectie vaak niet of slechts mild ziek zijn, is de schade aan de eileider onherstelbaar. Als deze dieren volwassen zijn ze niet in staat om eieren te leggen, ondanks dat ze verder gezond zijn. Deze hennen worden ‘schijnleggers’ genoemd. Voor de bescherming van de jonge hennen in hun eerste levensweken is het van belang dat de ouderdieren de juist antistoffen doorgeven, dat wil zeggen antistoffen tegen de schijnleg-inducerende IBV-stammen die voorkomen in de regio waar de nakomelingen opgefokt worden.

Bij IBV-infecties van volwassen dieren worden vaak geen of slechts lichte ademhalingsverschijnselen waargenomen en zijn productiestoornissen de belangrijkste klacht. Dit gaat om productiedalingen en afwijkende eischalen, waarbij ontkleuring en misvormingen zoals ‘zandkoppen’, het meest in het oog springen. Naarmate hennen beter beschermd zijn tegen de IBV stam waar ze door besmet zijn, zullen de klachten minder ernstig zijn en sneller verminderen na afloop van de infectie.

Een belangrijk deel van de schade en ziekte door IBV wordt veroorzaakt doordat IBV andere ziekten ernstiger kan laten verlopen. Zo kan IBV bijvoorbeeld zorgen voor meer uitval en ziekte door gelijktijdige infecties met Escherichia coli en Mycoplasma.

Oorzaak

Het IB-virus is een gammacoronavirus en veroorzaakt enkel ziekte bij kippen. Andere vogelsoorten kunnen mogelijk drager zijn van het virus en op die manier wellicht een rol spelen in de verspreiding, maar ze ontwikkelen zelf geen ziekteverschijnselen.

Besmettingsroute

Besmette kippen scheiden in het acute stadium hoge hoeveelheden virus uit via de luchtpijp. Via druppeltjes in de uitgeademde lucht kan het virus op deze wijze makkelijk spreiden. Ook wordt het virus gedurende langere tijd in de mest uitgescheiden. Bij transport van mestdeeltjes (bijvoorbeeld onder laarzen, aan gereedschappen, aan de handen, etcetera) kan het virus meereizen. Hoewel het virus onschadelijk gemaakt kan worden door de meeste ontsmettingsmiddelen en zeep, wordt het hiertegen beschermd als het zich in organisch materiaal zoals mest bevindt.

Diagnose

Het ziektebeeld veroorzaakt door IBV is niet specifiek, daarom is laboratoriumonderzoek noodzakelijk voor een diagnose. In de acute fase van de ziekte kan het virus met een PCR test in de luchtpijp of de cloaca worden aangetoond. In een wat later stadium is het virus vaak niet meer in voldoende hoeveelheid in de luchtpijp aanwezig maar nog wel in de cloaca. Als u bijvoorbeeld hennen naar GD instuurt voor sectie met productieklachten die al een tijdje duren, dan wordt daarom vaak gekeken naar de aanwezigheid van IBV in de cloaca. Als de ziekte voorbij is en het virus niet meer aanwezig is kunnen middels bloedonderzoek afweerstoffen tegen het virus of tegen specifieke IBV-stammen worden aangetoond.

Als een IBV PCR-test positief is (virus aangetoond) dan kan van dit materiaal een sequentiebepaling worden gedaan om het aangetoonde virus nader te onderzoeken. Uit de sequentie-analyse blijkt met welke stam het gevonden virus het meest te vergelijken is.

Behandeling

Er is geen behandeling mogelijk. Wanneer de dieren ernstig aangedaan zijn, kan ondersteunende therapie met bijvoorbeeld vitaminen en mineralen worden toegepast. Verder dient met bedacht te zijn op co-infecties en secundaire infecties. Bij (secundaire) bacteriële infecties kan behandeling met antibiotica aangewezen zijn.

Preventie

Om IB-infecties te voorkomen ligt de nadruk op strikte hygiëne. In de praktijk kan hiermee echter niet 100 procent van de infecties voorkomen worden. Door middel van vaccinaties kan het effect van infecties zoveel mogelijk geminimaliseerd worden. Daarnaast is het belangrijk om een goed stalklimaat te hebben en co-infecties met bijvoorbeeld andere respiratoire virussen zoveel mogelijk tegen te gaan.

Vaccinatie

Vaccins zijn effectief in het bieden van bescherming tegen IB-infecties. Bij vleeskuikens, (opfok)leghennen en voorschakels worden IB-vaccinaties veelvuldig toegepast. Er bestaat echter niet een vaccin dat in één keer tegen alle IBV-stammen beschermd. Daarom is het van belang om op de hoogte te zijn van de stammen die in uw regio voorkomen, zodat een vaccinatieschema samengesteld kan worden dat optimaal bij uw situatie past. Goede diagnostiek bij ziekte op uw bedrijf is hiervoor belangrijk; zowel om het zittende koppel te helpen, maar dus ook om de bescherming van het volgende koppel te optimaliseren. Welke stammen voorkomen bij Nederlands pluimvee wordt door GD gemonitord. Overzichten hiervan zijn terug te vinden in de rapportage Monitoring pluimveegezondheid.

Nieuwe stammen

IBV is een virus dat gemakkelijk mutaties oploopt, waardoor in de loop van de tijd nieuwe stammen ontstaan. Als zo’n nieuwe stam veelvuldig bij Nederlands pluimvee gevonden wordt in de dierziektemonitoring van GD, dan wordt vaak gekozen om te onderzoeken hoe ziekteverwekkend de nieuwe stam is en hoe de kippen optimaal beschermd kunnen worden. Onderzoeken Avined

Foto 1. De nieren (pijl) van dit kuiken zijn sterk gezwollen en ernstig beschadigd. Dit leidt tot sterker vochtverlies, met natte mest. Bij deze kuikens bevinden zich vaak aangekoekte mest en uraten rondom de cloaca en ze zijn algemeen ziek (bol zitten, lusteloos).
924
Foto 2. De eileider van een leghen met schijnleg. Een segment van de eileider ontbreekt (pijl), doordat de hen in de eerste levensweken een infectie met een schijnleg-inducerende IBV stam heeft gehad waarbij de aanleg van de eileider beschadigd is. De hen zal nooit een ei kunnen leggen.

Terug naar het begin van dit artikel.

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.

GD maakt gebruik van cookies om onze website te analyseren en de functionaliteit te verbeteren. Meer info vind je in ons cookiebeleid.